Hervormde kerk
In gebruik

Geen
foto
beschikbaar

Hoofdstraat 25
's Grevelduin, Vrijhoeve-Capelle
Sprang-Capelle

Gemeente Waalwijk
Noord-Brabant

(Kerk)gebouw

Vroeger lagen drie heerlijkheden: Nederveen-Capelle, Zuidewijn-Capelle en ’s Grevelduin-Capelle. Deze 3 heerlijkheden hadden een gezamenlijke kapel die in ’s Grevelduin-Capelle stond. Dit bedehuis ging verloren bij de Sint-Elisabetsvloed in 1421. Iets meer landinwaarts werd een nieuwe kerk gebouwd die echter in 1591 bouwvallig bleek. Zij stond met de kerken van Raamsdonk en Baardwijk op een rechte lijn.
Deze kerk was echter in 1591 geheel onbruikbaar om er de godsdienst in uit te oefenen.
De eerste predikant vas dr Polletz uit Leuven. Nadat hij eerst monnik was geweest, werd hij later predikant te Renkum, Ter Aar en Uitwijk. In 1610 werd hij aangesteld in Capelle door de Staten van Holland en West-Friesland. De eerste 5 jaar moest hij ook dienen in de gemeenten Raamsdonk en Waspik.
Toen in 1648 de vrede van Munster getekend werd, was de Hervorming op zodanige wijze verbreid in Capelle, dat het Roomse Geloof bijna geheel teruggedrongen was. Zo werd Sprang-Capelle een Protestantse enclave temidden van Roomse buren.
In 1743 was deze wederom zo bouwvallig geworden, dat men opnieuw plannen had om een nieuwe kerk te bouwen. In 1747 werd door de Staten van Holland daartoe vergunning gegeven.
Deze kerk werd in 1750 voltooid. De zaalkerk is aan de zuidzijde op de oude fundamenten gebouwd. In 1859 is het houten gewelf uit de kerk weggenomen en de kerk is toen fraai gestukadoord. De ronde pilaren van nu waren voorheen vierkant. Het interieur is een van de weinige ongeschonden rococo-interieurs in Brabant.
In 1951 vond er een restauratie plaats na lichte oorlogsschade in 1945.

Bronvermelding van het (kerk)gebouw

Boeken
Geen informatie aanwezig
Tijdschriften en andere uitgaves
Geen informatie aanwezig

Hoofdorgel

Orgel locaties

Naam gebouw Plaats Periode
Hervormde kerk Sprang-Capelle 1820 -

Orgelhistorie

b: Bernardus Petrus van Hirtum, Hilvarenbeek 1820; klaviatuur aan de achterzijde, als windvoorziening: drie spaanbalgen; M I: Man 13 (geen pedaal)
De opdracht werd in 1817 verleend.
r: Bernardus Petrus van Hirtum, Hilvarenbeek 1823; uitbreiding met een Borstpositief; M II: Hw 14-Opos 10
r: Anthonie Vingerhoets, Hilvarenbeek 1889 (Van Hirtum's meesterknecht en opvolger); enkele vulstemmen vervangen ten gunste van karakterstemmen in de geest van de tijd, alleen de Mixtuur en de Cornet van het Hoofdwerk bleven over, toonhoogte verhoogd (oorspronkelijk ca. a1 = ± 390). Op het Positief werden Spitsfluit-Sesquialter, Flageolet, Mixtuur en Cornet vervangen door Flute Harmoque 8, Voix Celeste 8, Voix Humaine 8 en Dulciana 4. Op het Hoofdwerk werd de Cimbel discant een Clairon 4; M II ap: Hw 13-Opos 10
r: Fa. M.K. Koppejan en Wattèl, Ederveen 1938; de Gamba werd gedeeltelijk vernieuwd. Vrij pedaal: de Bourdon 16 werd gedeeltelijk uit de kas gehaald en met een pneumatische transmissie op een afzonderlijke lade achter de kas opgesteld. Dit werd een subbas 16; Pn vp: Ped 1
- grote oorlogsschade in 1944/45 door granaatinslagen; verschillende pijpen sneuvelden
r: Fa. Ernst Leeflang, Middelharnis 1949; herstel oorlogsschade, registers in neobarokke stijl bijgeplaatst naar de toen heersende opvattingen, nieuw electro-pneumatische unit-pedaallade. De oude windvoorziening was intussen ook vervangen door een combinatie van magazijnbalg met regulateurs; M II EL vp: Ped: 4
adviseur mr A. Bouman onder supervisie van de toenmalige Nederlandsche Klokken- en Orgelraad
r: Fa. E. Leeflang, Middelharnis 1953; enkele registers veranderd en vrij pedaal op een elektrische unitlade in open opstelling. De oude windvoorziening werd vervangen door een combinatie van magazijnbalg met schokblagen. De tractuur werd gedeeltelijk verplaatst. Op het Positief werden een Quint 11/2, Sexquialter discant en een Scherp III bijgeplaatst i.p.v. Voix Celeste, Dulciana en Octaaf 2. Bij de Bourdon 16 van het pedaal werden op een elektrische lade nog een Octaafbas 8 - 4 en Fagot 16 - 8 gezet, alles tezamen op een stelling los achter de orgelkas; Hw/EL II vp: Hw 13-Pos 9-Ped 5
adviseur mr A. Bouman, onder supervisie van de Ned. Klokken- en Orgelraad (NKO)
- in de zestiger jaren raakte het orgel snel in verval
- voorjaar 1971 verscheen een rapport van drs Hans van der Harst met een subsidie-aanvrage voor de Rijksdienst Monumentenzorg
r: Orgelbouw Ernst Leeflang, Apeldoorn 1982/84, schilder- en verguldwerk uitgevoerd door Fa. Gebr. de Jongh te Waardenburg; dispositie uit 1823 hersteld met toevoeging van een vrij pedaal achter het orgel. De drie spaanbalgen werden niet gereconstrueerd. Het Onderpositief kreeg nieuwe frontpijpen. Bij de gereconstrueerde klaviatuur verschenen enkele niet passende elementen; M II vp: Hw 14-Opos 10-Ped 6
adviseur drs Hans van der Harst onder Monumentenzorg
orgel op 6 april 1984 weer in gebruik genomen met een bespeling door Feike Asma
o: pijpwerk naar GOIRLE RK kerk Jan Verschueren Orgelbouw, Heythuysen 1986
r: Orgelmakerij Reil, Heerde 2015; groot onderhoud en technisch herstel: o.a. de tinfolie op de frontpijpen werd vernieuwd, ingezakte frontpijpen hersteld en lekke pulpeten van het Onderpositief vernieuwd. Het pijpwerk is schoongemaakt en waar nodig hersteld. Bescheiden herintonatie. Een deel van het lofwerk is nu verguld en de kleur geëgaliseerd; M II vp: Hw 14-Pos 10-Ped 5
adviseur Henk Kooiker
In maart 2015 kon het orgel weer in gebruik worden genomen

Dispositie

1820 (Van Hirtum):
Manuaal
Geen pedaal
 
± 1825 (Van Hirtum volgens handschrift Brom):
Hoofdwerk
Bourdon 16, Prestant 8, Holpijp 8, Viola de gamba 8, Fluit trav. 8 discant, Octaaf 4, Fluit douce 4, Quintfluit 3, Octaaf 2, Cornet IV, Mixtuur IV, Cimbel II, Trompet 8, Clairon 4
Borstpositief
Bourdon 8, Prestant 4, Fluit 4, Octaaf 2, Woudfluit 2, Spitsfluit 1 1/3, Flageolet 1, Mixtuur III, Sesquialter II, Cornet II
Geen pedaal
 
1984 (Van Hirtum/Leeflang):
Hoofdwerk (II) C-f3
Bourdon 16, Prestant 8, Holpijp 8, Viola di Gamba 8, Flûte travers 8 discant, Octaaf 4, Fluit 4, Quintfluit 3, Superoctaaf 2, Cornet IV discant 4, Mixtuur IV 2, Cimbel II 1, Trompet 8 bas/discant, Clairon 4
Positief (I) C-f3
Holpijp 8, Prestant 4, Roerfluit 4, Octaaf 2, Gemshoorn 2, Quint 1 1/2 bas, Flageolet 1, Sesquialter II discant, Cornet III discant, Mixtuur III 1, Tremulant
Pedaal C-f1
Subbas 16, Prestant 8, Gedekt 8, Octaaf 4, Bazuin 16, Trompet 8
Drie Koppelingen
Toonhoogte hersteld naar de oorspronkelijke (a1 = 410 Hz.). Stemming gelijkzwevend. De magazijnbalg uit 1889 bleef gehandhaafd
 
2015 (Van Hirtum/Reil):
Hoofdwerk C-f3
Bourdon 16, Prestant 8, Holpijp 8, Viooldigambas 8, Flute travers 8 discant, Octaaf 4, Fluit 4, Quint-fluit 3, Super Octaaf 2, Mixtuur IV, Cimbel II, Cornet IV discant, Trompet 8 bas/discant, Clairon 4
Positief C-f3
Holpijp 8, Prestant 4, Roerfluit 4, Octaaf 2, Gemshoorn 2, Quint 1 ½ bas, Flageolet 1, Mixtuur III, Cornet III discant, Sexquialter II discant
Pedaal C-f1
Subbas 16, Prestant 8, Octaaf 4, Bazuin 16, Trompet 8
Koppelingen: Manuaal-Positief, Pedaal-Manuaal, Pedaal-Positief
Tremulant over het hele werk
Tractuur mechanisch. Toonhoogte a1 = 410 Hz. Temperatuur gelijkzwevend

Bronvermelding van het hoofdorgel

Boeken
Jespers, Frans & Sleuwen, Ad van: de orgelmakers Van Hirtum (1976)23 25-29**
Tijdschriften en andere uitgaves
brabants orgelrijkdom, uitgave brabantse orgelfederatie (2016)19*
contactbrief voor kerkenverzamelaars 65(2011)34, 123(2018)16
het Orgel 1(1982)4, 2(1985)67

Koororgel

Orgel locaties

Naam gebouw Plaats Periode
Hervormde kerk Sprang-Capelle 1823 -

Orgelhistorie

b: Fam. Van Hirtum, Hilvarenbeek 1823; Positief

Dispositie

-

Geen
foto
beschikbaar

Bronvermelding van het koororgel

Boeken
Jespers, Frans & Sleuwen, Ad van: de orgelmakers Van Hirtum (1976)23
Tijdschriften en andere uitgaves
-
Laatste update: 2018-10-30 16:15:00